Dorpen in de oorlog

Fort Bornem

Het fort van Bornem is qua vorm afwijkend van die van de andere forten. Het grondplan is asymmetrisch wat een gevolg is van de ligging aan de Schelde.  Bornem was het laatste fort van de buitengordel op de rechter Scheldeoever en was vooral gericht op de verdediging van de Scheldebrug en de ruimte tot aan fort Liezele.

Het werd opgetrokken uit ongewapend beton dat bestand was tegen artillerievuur met een kaliber van 27 cm, op dat ogenblik het zwaarste belegeringsstuk dat met paarden langs de weg kon vervoerd worden.

Het is een pantserfort, dat wil zeggen dat het werd voorzien van artillerie onder koepels.
Zo kreeg het fort :
  • een koepel met twee 15 cm kanonnen,  een koepel met een 12 cm houwitser,
  • vier koepels met een 7,5 cm kanon en
  • zes koepels met een 5,7 cm kanon voor de nabije verdediging

In 1914 bedroeg het voorziene legergarnizoen 200 infanteristen, 130 artilleristen en 20 diensten.

1909
De bouw van de hele buitengordel werd toegewezen aan de firma Bolsée. Deze Antwerpse aannemer stond o.a. ook in voor het transport van de bouwmaterialen. Dit gebeurde toen nog vooral met paard en kar over de hobbelige kasseiwegen en later met stoomlokomotieven.  
Bolsée liet ook goederen overbrengen per schip.  
Zo maakte hij in Branst gebruik  van de bestaande loskade (ter hoogte van de Benedenstraat), waarna het materiaal via een militair spoorlijntje naar Fort Bornem werd vervoerd.

Voor de gehele regio was het een drukke periode met heel wat werkzekerheid want de werken waren immens. Door te weinig lokale arbeidskrachten trokken zelfs veel immigranten naar de streek. Er was een grote groep arbeiders die dagelijks naar de werven pendelde met de trein, de fiets of te voet.

De leiding van de bouwwerken rond het fort Bornem lag bij kapitein Francois Boeykens. Tot zijn taak behoorde :
  • Planning van de werkzaamheden    
  • Ontvangst van bouwmaterialen
  • Algemene leiding en toezicht op de werf in samenspraak met de aannemer
  • Bijhouden van notitieboekjes met aantekeningen en berekeningen
De graafwerken waren in mei 1909 volop aan de gang.

Kapitein Boeykens werd regelmatig vervangen door adjudant Martin.  De kapitein had last van reuma en moest vaak enkele dagen het bed houden. Volgens Boeykens was dit te wijten aan de vochtige ondergrond van de bouwwerf en de schamele houten woning waar de wind doorheen blies. De kapitein liet zich verschillende keren behandelen door dokter Lanssens uit Bornem, aangesteld als militair geneesheer.

1912
In de ochtend van 18 januari 1912 bezocht de minister van Oorlog, generaal Hellebout, Fort Bornem, met kousen over de schoenen. Het was die dag immers zeer glad. Wegens zijn verdiensten bij de bouw van het Fort Bornem werd kapitein Boeykens benoemd tot ridder in de Orde van Leopold II.
Door het onderschatte werk en de trage militaire administratie werd het al snel duidelijk dat de forten nooit op tijd konden afgewerkt worden. De barre winter van 1911-1912 veroorzaakte nog bijkomende vertragingen.  

1913
In de zomer van 1913 verhuisde de 18e Batterij van Fort 8 (Hoboken) naar Fort Bornem.  Het fort was dan nog helemaal niet afgewerkt en de geschutskoepels waren nog niet geplaatst.  Op 23 december werd kapitein Adolph Rasquin aangesteld als commandant van het onafgewerkte fort Bornem.

Reacties